logo Buurtmuseum    Stichting Buurtmuseum Kamperpoort in Zwolle    logo Buurtmuseum

Verhalen van bewoners Kamperpoort

terug naar vorige pagina


Interview Demmy van Raan  -  (oktober 2019)

Demmy is geboren 09-01-1950 op Surabaya in IndonesiŽ, en was drie maanden oud toen hij samen met zijn ouders en oudere broer Ronny naar Nederland vertrok.


Gezin van Raan

  Ronnie, Demmy, Larry, Kenneth, met Pa en Ma.


Demmy heeft twee kinderen, een jongen en een meisje, beide al tegen de veertig jaar.
Daarnaast twee kleindochters, een van zestien en een van twintig jaar.
Hij heeft zijn jeugd tot zijn zestiende jaar doorgebracht in de Kamperpoort en is toen op zichzelf gaan wonen.
Zijn moeder heette Ony van Slee en zijn vader heette Bertus Van Raan.
Zijn moeder was huisvrouw en zijn vader werkte bij ProRail.
Zijn moeder is geboren in IndonesiŽ en zijn vader in de Berkumstraat te Zwolle.
Zijn moeder is helaas op 56 jarige jonge leeftijd overleden; ze waren toen net verhuisd naar de Wilgenstraat.
Het gezin bestond uit vader en moeder en vier zoons, te weten Ronny, de oudste, Demmy, Kenneth, en Larry.
Demmy heeft goed contact met zijn broers, de jongste broer, Larry, woont in Spanje.
Zijn opa en oma van vaders kant heeft hij niet gekend, wel de oma van moeders kant, die kwam uit Amsterdam.
Zijn oma is overleden toen hij een jaar of vier was.

Op welke school heb je gezeten?
"Ik zat op School 12, en na de lagere school op het V.G.L.O, (VoortGezet Lager Onderwijs).
Daarna ben ik gaan werken bij de Fenix op de Dubro afdeling."

klassefoto van Demmy"s klas

Klassefoto school 12, Demmy midden derde links.


"Na de Fenix ging ik naar Reinaak, daarna ben ik naar de wilde vaart gegaan, dat heb ik een paar jaar volgehouden en kwam toen weer terug in Zwolle.
Je kwam je oude vrienden weer tegen en ik heb toen besloten toch hier in Zwolle te blijven".

Demmy van Raan

Demmy van Raan


"Ik werkte waar het meeste te verdienen viel, voor een knaak meer veranderde ik zo van baan.
Met Jacob Donze en zijn oom Gerrit, die vloerenlegger was, gingen wij naar Veenendaal; dat was de eeste keer dat ik meeging; na de hele dag gewerkt te hebben kreeg ik 20 gulden op het einde van de rit.
Ik ben vaker met Jacob mee geweest, naar ondermeer Purmerend en Zaandam.
Jacob en ik zijn wel eens samen naar huis toe gelift.
We werkten voor een bedrijf uit Hattem.
Ik heb ook nog gewerkt bij Ganzeboom's Distilleerbedrijf langs de Willemsvaart, ging ik s'avonds overwerken en nam dan altijd de fiets van mijn vader mee omdat daar grote fietstassen op zaten en die stopte ik vol met flessen drank, die ik dan weer verkocht".

Demmy heeft een fantastische jeugd in de Kamperpoort gehad.
"Mijn vaste kameraad was altijd wel Keesje Ploeg, die woonde in de Koekkoekstraat, ook ging ik met Tjeerd Smit om, de broer van Tjeerd, Berend, ging met mijn broer Ronny om.
Ik weet nog goed dat Tjeerd's moeder mij vroeg om een boodschap te doen, dan kreeg ik een dubbeltje.
Ik was ook vaak met Dikkie van der Vegte, en Jan van Gelder".

De vraag luidt of hij veel kattekwaad heeft uitgehaald.
"Teveel om op te schrijven.
Ik heb best wel veel uitgehaald, had de naam 'dat rotjonk van Raan'.
Ik weet nog goed dat ik op zolder met een katapult of buks de ramen kapot schoot.
Toen liep er iemand die mij zag, en uiteindelijk moest mijn vader tachtig gulden aan ramen betalen, wat toen echt veel geld was.
Wat ik altijd ook leuk vond was als Hoekman, die vuilnisbakken schoonmaakte, aan kwam rijden met zo'n wagentje, zo'n driewieler, daar stond een tank met water op, dan trokken wij de stop eruit dus al het water liep eruit.
Als het karretje van Vocaleum kwam met Tonnie van Beek gingen wij altijd achterop staan en liften dan mee naar Vocaleum.
Samen met Arie Scheffer (Patse) hebben we inderdaad nogal wat kattekwaad uitgehaald".

achterkant Vocaleum fabriek

achterkant Vocaleum fabriek


"We zaten bij Vocaleum boven op het dak.
Dan gingen via de regenpijp naar boven en op het dak lagen heel veel kiezelstenen, en daarmee gooiden wij naar de woningen.
Ik weet nog dat Deuse Diekslag naar buiten kwam en riep: 'Jullie zitten boven op dak bij Vocaleum'.
Dus wij snel van dat dak af.

Achter bij de Fenix stond een loods, waar wij een opening in gemaakt hadden, zodat wij in de loods konden komen bij de vaatjes met knikkers die daar stonden.
Daar hebben we zakken vol knikkers uitgehaald, waarmee we weer mooi katapult konden schieten.

Als bakker Zunnebeld er aan kwam met de bakfiets, en vervolgens weg liep, deden wij de klep open een haalden de krentebollen eruit".

Zunnebeld in zijn broodkarretje

Zunnebeld in zijn broodkarretje

"In de Merelstraat gingen we iedere zaterdag knikkeren en haalden dan knikkers in de stad bij JŁlf-Alberts, van die grote supers.
Ook waren we veel te vinden op de Kolk, beheerd door Wim ten Bokkel, daar zochten we kralen van de Fenix tussen het glas, dus vaak de handen gesneden.

Ik heb ook heel veel slootje gesprongen.
Als ik tussen de middag van school kwam, plakje brood in de handen, en dan slootje springend naar de Riete en weer terug.
Ik sprong een keer in de Aalte-sloot, tot mijn middel erin, maar ik moest nog naar school, dus stonk verschrikkelijk naar de zeik.

Ik weet nog dat er vroeger veel gekaart werd in de Kievitstraat, op de stoep, en dat gaf natuurlijk de nodige ruzies met als gevolg dat de grote blauwe overval-bus s'avonds twaalf uur in de straat kwam.
Destijds woonden de broers Karel en Willem Jansen in de Kleine Baan, en daar keken we altijd stomme slapsticks films zonder geluid.
Dat kostte een stuiver, en een van de broers zei altijd: 'Als je heel stil bent hoor je ze praten'.
Zondags s'morgens, als de boeren naar de kerk gingen, parkeerden ze hier de wagens met die ijzeren wielen, die ja al in de verte hoorde ratelen, dan gingen ze naar de Munnink toe.

Klinkhamer ging vroeger altijd naar Helder koekjesfabriek om koekresten op te halen voor de varkens.
Dan wachtten wij hem op, pikten dan van de koekkruimels, maar als hij je zag kreeg je een flinke mep met de zweep.
Heeft mij ook een keer goed geraakt.

Als de schepen door het IJsselkanaal voeren, namen we altijd een lift door aan het schip te gaan hangen, en als je er niet met een stok werd afgeslagen, kon je een mooi stuk meeliften.

Ik heb ook af toe strafregels op het buro moeten schrijven, voor kattekwaad uithalen.
Ook heb ik een hele middag moeten staan op het politieburo met de handen op de rug.

Ik weet nog goed bij het slachthuis de darmputten, waar je zo bij kon komen, achteraf levensgevaarlijk, daar stond ook een bus met van alles erin, snoep enz.
Hoef verder niets te vertellen, maar werden verraden en met de politiebus weer eens naar het politieburo gebracht".

Kleine Baan

Kleine Baan

"Bij het Smalle Gat was ik ook altijd wel te vinden.
Het 'Smalle Gat' klinkt iedereen die uit de Kamperpoort komt wel bekend in de oren, de hele buurt heeft daar leren

 

oude schipper

De oude schipper lopend langs het Smalle Gat.

schaatsen volgens mij, en ook zwommen we daar en visten we.
Verveling kenden wij niet.
Evertje Jan woonde op het eiland Smalle Gat in de laatste woning.
Zijn vader Ed was bedrijfsleider bij de Librije, en was ook bedrijfsleider bij Dijkhof op de Harm Smeengekade.
Zijn zoontje Evertje Jan was een heel beleefd jongetje, zei altijd, 'Wat moet U', en 'Dank U'.
ik vroeg hem altijd: 'Hoe heet jij?', en hij zei heel beleefd: 'Evertje Jan'".

huisje van Evertje Jan

Huisje waar Evertje Jan heeft gewoond op het Eiland van Loo


"Ging ook veel om met Jan Westerop van de slagerij op de Thomas a Kempisstraat, en, op latere leeftijd, met Rinus van de Vegte en Arie Scheffer en Jan van Rees.
We gingen vaak naar de kermis bij Urbana, leenden daar wat Puchies (bromfietsen) en gingen met de hele groep naar Amsterdam om jasjes te halen, bedrukt met tijgerkoppen.
Jan van Rees werd s'morgens al gelijk opgepakt door de politie in Diemen.
Wij liepen s'avonds op de kermis, en de politie zocht ons al.
Een poosje later werden we allemaal opgepakt en naar het politieburo gebracht.
We waren toen met een man of twaalf".

 

Demmy van Raan plus vrienden Demmy van Raan

Demmy en collega`s op de sportschool.


"Mijn hobby is karper vissen.
Maar door omstandigheden raakte ik een been kwijt en is het vissen daardoor op een laag pitje komen te staan"

Demmy gaat sinds hij zijn been mist iedere dag naar de sportschool.
"Dat houdt mij goed jong, en ik raad iedereen aan om te gaan sporten, met of zonder handicap".

De laatste vraag is wat hij nu van de Kamperpoort vindt.
"In en in triest, niets meer van over.
De nieuwbouw, Rooie Dorp, Deen, en alles wat nog gebouwd wordt.
Er wordt steeds hoger gebouwd, het wordt er misschien wel beter op, maar absoluut niet mooier.
De oude buurt gaat nu snel achteruit".



terug naar vorige pagina