logo Buurtmuseum    Stichting Buurtmuseum Kamperpoort in Zwolle    logo Buurtmuseum

Verhalen van bewoners Kamperpoort

terug naar vorige pagina


Wij zijn een Tweelings Paar

Bij ons in de Kamperpoort hebben jaren Gaitie en Roeloffie gewoond in de Grote Bane 76 tegen de stal van van Beek.
Iedereen in de Buurte kende de twee vrijgezelle broers Middendorp, ja zij heetten van achternaam Middendorp.

Hun vader Roelof Jasper Middendorp, geboren op 11-11-1853 te Zwolle als zoon van Hugo Middendorp en Derkje van der Vegt; Roelof Jasper was van beroep Metselaar. Hij is overleden op 19-06-1902. Hij was getrouwd met Berendina Timmerman, geboren op 08-10-1849 te Zwolle, en op 20-07-1921 overleden te Zwolle.

Het gezin Middendorp bestond uit zeven kinderen waaronder twee tweelingen. Zo was Gaitie een tweeling broer van Hugo, en was Roeloffie een tweeling broer van Aaltje, die al vroeg is overleden en wel op 20-07-1891. Verder had je nog Derkje, zij is geboren op 02-02-1879, en Gerritdina, zij is geboren op 03-02-1881 en dan nog een zus en wel Hendrika, zij is geboren op 30-08-1886 allemaal te Zwolle.

Gaitie zijn volledige naam was Gerrit Jan Cornelis Middendorp geboren op 29-07-1883 te Zwolle, en die van Roeloffie was Roelof Jasper Middendorp geboren op 25-03-1891 te Zwolle. Hij is vernoemd naar zijn Vader.

Tevens woonde ook de oma van Gaitie en Roeloffie bij hun in huis en zij is overleden op 30-12-1892 te Zwolle, en was getrouwd met Hugo Middendorp de Opa op 26-08-1852.

Als jonge man is Gaitie gaan werken eerst als Pakhuisknecht maar dat beviel hem niet zo, en is toen gaan werken bij Helders Beschuit Koek en Vermicellifabriek aan de Hoogstraat in de Kamperpoort. Hij heeft gewerkt op de afdeling koekjes als platenafveger wat hij jaren heeft gedaan Zijn broer Roeloffie heeft eerst gewerkt in een Broodfabriek maar ook hij is gaan werken bij Helder beschuit en wel als Plateninsmeerder, dus Roeloffie smeerde de platen in en Gaitie veegde ze af.

Zij zijn in de Kamperpoort komen wonen omstreeks de jaren dertig in de Grote Baan 46, en later zijn ze verhuisd naar Grote Baan 76 in het oude huis van olde Stoffer.
Toen mijn Ouders pas getrouwd waren woonden wij ook in de Grote Baan en wel op nummer 64. Naast ons woonden toen links van ons de Fam. Juste, en rechts van ons de Fam Brasjen, en dat was in de jaren 1949 tot 1953, toen woonden Gaitie en Roeloffie al op Grote Baan 76.

Na de scheiding van mijn ouders ben ik bij mijn oma in huis gekomen en heb daar jaren gewoond in de Kievitstraat, in die tijd heeft mijn moeder nog een poosje bij de broers Middendorp ingewoond, en heb ik vele wandelingen met vooral Gaitie meegemaakt, overal naar toe maar meestal naar de Harm Smeengekade en de Verkeerssluisbrug om te kijken naar de boten die er door moesten.

Vele jaren later toen mijn moeder weer getrouwd was en wij in de Leeuwerikstraat woonde hebben Gaitie en Roeloffie een poos bij ons in huis gewoond. Toen het op een gegeven moment niet meer kon omdat de leeftijd het niet meer toe liet en mijn moeder het niet meer allemaal alleen kon, zijn ze naar het Passantenhuis gegaan op de hoek van de Dijkstraat en de Friese Wal.

Roeloffie is overleden op 13 januari 1965, en Gaitie heeft er nog enkele jaren gewoond en is begin jaren zeventig naar een verzorgingshuis in Hellendoorn gegaan en daar waarschijnlijk overleden.

Nu dacht bijna iedereen dat zij een tweeling waren, dat was ook wel zo maar niet van elkaar. Roeloffie was de helft met een zus, en Gaitie de helft met een broer.

Over de beide broers nog een kleine anekdote.

In die tijd had je een wasmiddel Castella, en op dat blauwe pakje stond geschreven zelfwerkend wasmiddel

Toen wij op een dag bij hun thuis in de Grote Baan kwamen, ik en mijn moeder, deed Roeloffie net de was in een grote teil, je weet wel van die jeager onderbroeken met lange pijp en hemden waar je een tent van kon maken. Toen hij water in de teil had gedaan, strooide hij er een pakje Castella wasmiddel bij en deed verder niks, totdat op een gegeven moment mijn moeder zei "Zeg Roeloffie, moet je de was niet schrobben op je wasbord", waarop Roeloffie zei: "Dat hoeft niet, want op het pakje Castella staat toch geschreven zelfwerkend wasmiddel, dus hoef ik er niets aan te doen, het gaat van zelf."

Mijn moeder schoot in de lach, en heeft hem verteld dat als je het niet schrobde het niet vanzelf ging

Na een tijdje begreep hij het.
Zo had zijn broer Gaitie een keer te diep in het glaasje gekeken en bij thuiskomst de verkeerde Bedstee genomen, en in plaats van op zijn Strozak te slapen, werd hij s'morgens wakker op een bult eierkolen, en was net Zwarte Piet. In die bedstee bewaarden zij de kolen want zij sliepen voor de warmte bij elkaar in de andere bedstee, en Roeloffie kon Gaitie er niet meer uit krijgen en heeft hem maar laten liggen tot de volgende dag, het was wel lachen na de tijd.

De broers waren meestal samen en waren vaak te vinden in de Cafees die de Buurt rijk was, zoals de Kippe of de Munnink maar ook bij Jan Westemeijer en later Theo van t'Zand.

Meestal als ze dan een paar borrels achter de kiezen hadden, kwamen ze los en gaven dan vaak een voordracht en gingen dan vaak op de tafel in het Cafe staan en deden dan een voordracht. Meestal zongen ze in die tijd het bekende liedje of stukje "Wij zijn een tweelingspaar". Het liedje ging zo.

Hier ziet ge dames en heren, het beroemde tweelingspaar.

Wij zijn al zo eendrachtig, het is als wonderbaar.

Bij onze komst op aarde riep Vader luid owee.

Maar Moeder even angstig riep het zijn er twee.


Refrein


Wij zijn een tweelingspaar, altijd van zessen klaar.

Wij lusten graag een spat, van dat Schiedammer nat.

Toen wij wat ouder werden, deden ze ons naar school.

Het leren wou niet vlotten, wij hielden meer van jool.

We plaagden bij de meester, en op zekere dag.

Schopte hij ons beide de school uit, zo kregen wij ons ontslag.


Refrein.


Wij zijn een tweelingspaar, altijd van zessen klaar.

Wij lusten graag een spat, van dat Schiedammer nat.( 2x )

Toen kregen wij een baantje, als reiziger in de wijn.

Dat was voor ons het leven, wat hier op aard kon zijn.

Wij hadden nu vrij drinken, ons keelgat gelijk een sluis.

Dus zwaaiden wij alle dagen, luid zingende naar huis.


Refrein.

Wij zijn een tweelingspaar, altijd van zessen klaar.

Wij lusten graag een spat, van dat Schiedammer nat. ( 2x ).


het tweelingspaar


En als ze dan naar huis gingen kon je ze op de straat ook nog goed horen want zij bleven zingen tot ze thuis waren.

Aan deze twee mannetjes zal ik altijd blijven denken, en zie ze nog staan als Gaitie de vrolijke en Roeloffie de mopperbeer.

Mogen zij vrede hebben waar ze nu zijn, en laten wij als Buurtbewoners trots zijn op zulke markante figuren die een Buurt de glans geeft die het verdient.


terug naar vorige pagina